6 tips voor het hout stoken in een houtkachel of open haard

Tips , Kachels , Houtkachels , Stoken | Gepubliceerd op 10 October 2017

Het aansteken van de open haard of houtkachel is een goede manier om de kamer te verwarmen. Bovendien zorgt zo’n knapperend haardvuurtje ook voor de nodige gezelligheid in huis. Maar het is wel verstandig om bij het stoken rekening te houden met een aantal aandachtspunten. Slecht stoken kan namelijk leiden tot een zwak vuurtje, luchtvervuiling (fijnstof) en stankoverlast. In dit artikel laten we u aan de hand van een aantal tips en aanbevelingen zien hoe u verantwoord stookt in een houtkachel of open haard.

Aanmaken van het vuur

Goed stoken begint natuurlijk met het op de juiste wijze aanmaken van het vuur. Begin bij voorkeur klein. Gebruik aanmaakhoutjes van een bescheiden formaat (25 tot 30 centimeter is een prima lengte) en leg ze met een diameter van 2 tot 5 cm in de kachel. U kunt aanmaakblokjes of briketten gebruiken om het vuur aan te steken. Vermijd paraffinebriketten als het even kan. Hier zitten namelijk milieuonvriendelijke stoffen als roet en PKA’s in die bij het verbrandingsproces vrijkomen. Door te zorgen voor een goede luchttoevoer en de kacheldeur op een kiertje te zetten, wordt het verbrandingsproces nog een stukje schoner.

Haardhout toevoegen

Heeft het aanmaakhout inmiddels de vorm aangenomen van een gloeiende hoop? Dan is het tijd om het haardhout toe te voegen. Open de kacheldeur langzaam een stukje, zodat de luchtdruk in de kachel gelijk wordt aan die in de woonruimte. Zo voorkomt u rookvorming. Leg vervolgens een paar houtblokken op de gloeiende massa en sluit vervolgens de kacheldeur weer. Voeg pas weer nieuwe blokken toe als het hout in de kachel al gloeit. Zo stookt u niet te veel en voorkomt u schade aan of vervuiling van uw schoorsteen of rookkanaal.

Kies het juiste hout

Let goed op dat u wel geschikt hout kiest als brandstof voor u kachel of open haard. Geïmpregneerd of geverfd hout is bijvoorbeeld uit den boze. Bij de verbranding ervan komen namelijk potentieel gevaarlijke zware metalen vrij. Ook (spaan)plaat is geen goede keus, aangezien dit houttype lijmresten bevat. Stook bovendien ook alleen droog hout. Vochtig hout brandt slecht en levert ook nog eens een behoorlijke dosis rook en fijnstof op. Ook (kranten)papier en karton zijn slechte en milieuonvriendelijke stookmiddelen die u maar beter links kunt laten liggen. Let er ook op dat uw haardhout een FSC of PEFC-keurmerk draagt. Zo weet u dat het uit een verantwoord beheerd bos komt.

Ventileer de ruimte goed

Vuur heeft zuurstof nodig om goed te branden. Zorg er daarom altijd voor dat de kachel en de te verwarmen ruimte goed geventileerd zijn. Dit kan door de ventilatieroosters van de kachel helemaal open te zetten of bijvoorbeeld een raampje in de kamer te openen voor wat extra frisse lucht. Afhankelijk van de situatie is het ook mogelijk om te opteren voor een houtkachel met een buitenluchtaansluiting. Door de buitenluchtaansluiting wordt de houtkachel onafhankelijk van de ruimte waarin deze staat. Zet de luchttoevoer in de kachel ook helemaal open, net als de klep in de schoorsteen. Dat leidt tot een betere verbranding en dus minder schadelijke stoffen.

Houd rekening met het weer

Probeer niet of weinig te stoken met mistig of windstil weer. In het geval van een dergelijk weertype is de kans namelijk groter dat er plaatselijk rook blijft hangen. Dit leidt uiteraard tot extra luchtvervuiling. Er is een handige Stookwijzer die aangeeft op welke momenten u beter niet kunt stoken.

Kies voor een kachel met een hoog rendement

Puur vanuit milieuoogpunt is een pelletkachel de beste keus. Pelletkachels zijn door de bank genomen schoner en efficiënter dan andere kachels of open haarden. Maar wellicht hebt u toch een sterke voorkeur voor een houtkachel. In dat geval is het wel raadzaam om acht te slaan op de volgende tips.

  • Kies een kachel met een hoog rendement. Hoewel het niet wettelijk verplicht is, staat op veel houtkachels wel een rendementslabel. Dit keurmerk zegt iets over het maximumvermogen, het rendement en de koolmonoxide-uitstoot van een bepaald model. 1 staat voor een zeer lage uitstoot, 4 voor een hoge.
  • Koop een houtkachel die niet te groot is. Reken vooraf dus goed uit wat u aan vermogen nodig hebt om een bepaalde ruimte te verwarmen. Met een te grote of kleine kachel verspilt u namelijk onnodig brandstof.
  • Check kwaliteitslabels. Een nieuwe houtkachel hoort uitgerust te zijn met een CE-markering. Dit, door de EU verplichte, kwaliteitskeurmerk staat garant voor een hoge mate van veiligheid en een minimaal rendement.
  • Gesloten houtkachels zijn doorgaans veiliger en hebben een hoger rendement dan open modellen.